Samenwerken in het onderwijs: wat houdt ons tegen?

Een systemische blik op de bedoeling van onderwijs, de geschiedenis van teams en de patronen die samenwerking vormgeven.

We willen samenwerken in het onderwijs. De gedachte is dat dat ten goede komt aan leerlingen en studenten, aan de professionals en aan de kwaliteit van het onderwijs. We organiseren overleg, ontwikkelen gezamenlijke visies en maken afspraken. En toch lukt het niet altijd om echt samen te werken. In alle visiedocumenten in het onderwijs zie ik vaak het woord ‘samen’ terug. Samen werken, samen leren, samen leven. De realiteit ziet er vaak anders uit: de leraar achter de eigen klasdeur, het team dat vooral naast elkaar werkt, de professional die zich terugtrekt of juist wacht tot een ander de richting bepaalt.

Dan komt er bij mij de vraag op: “Wat maakt samenwerken in het onderwijs zo ingewikkeld?” En misschien begint het antwoord niet bij de mensen, maar bij het systeem waarin zij werken. Vanuit mijn systemische achtergrond werk ik al meer dan tien jaar in organisaties om juist deze vragen te onderzoeken met de professionals samen.

 

Kijken naar de bedoeling én de oorsprong

Vanuit een systemische bril kijken we naar onderwijs als een systeem met een eigen oorsprong, geschiedenis, maatschappelijke opdracht en bestaansrecht.

Het onderwijs is van oudsher sterk ingericht rondom de individuele leraar, de eigen klas en de verantwoordelijkheid voor de groep. De professional wordt geacht het antwoord te weten, kennis over te dragen en de ontwikkeling van leerlingen te begeleiden en beoordelen.

Die inrichting heeft het onderwijs veel gebracht. Tegelijkertijd schuurt ze soms met de huidige beweging naar de behoefte om samen te leren, gedeelde verantwoordelijkheid te ervaren en is er meer ruimte voor de stem van leerlingen en studenten.

En daarmee komen we op een interessant gegeven, namelijk dat we professionals vragen om samen te werken, terwijl het systeem voor een groot deel is gebouwd op individueel werken.

Patronen die diep verbonden zijn met de oorsprong van een systeem zijn vaak krachtig. Ze vormen de wortels, het fundament van ons onderwijs. Ze raken aan identiteit, overtuigingen en de bedoeling van het onderwijs. Die verander je niet zomaar met een nieuwe afspraak of een teammiddag. Ze vragen om bewustwording en een fundamenteel gesprek over hoe we onderwijs willen vormgeven. In deze gesprekken is het cruciaal om die oorsprong te zien als een enorme kracht. Vechten tegen helpt vaak niet, werken met deze kracht wellicht wel, in het licht van wat de toekomst van ons vraagt.

 

De geschiedenis van een team doet ertoe

Naast de oorsprong van het onderwijs heeft ieder team ook een eigen geschiedenis. Een reorganisatie, een groot conflict, een niet zo vlekkeloos gelopen wisseling van leiding of een besluit dat nooit goed is verwerkt, kan diepe sporen nalaten. Vanuit de drang om als systeem door te kunnen gaan, is het team in een ‘overleefstand’ gekomen. Met als risico dat bij elke gelijksoortige gebeurtenis de groef alleen maar dieper is geworden. Dat kan zich uiten in gebrek aan vertrouwen, de eigen plek te beschermen, subsystemen te vormen of niet meer het achterste van je tong durven laten zien. En nog zo’n herkenbare: ja zeggen en nee doen.

“Wat vandaag zichtbaar is als weerstand, terugtrekken of controle, kan ooit een begrijpelijke reactie zijn geweest op wat er toen gebeurde.”

Vanuit systemisch perspectief kijken we daarom niet alleen naar het gedrag van vandaag, maar ook naar de gebeurtenissen die eraan voorafgingen. We onderzoeken met elkaar wat er zoal gebeurd is en wat daar nu nog voelbaar van is in het hier en nu. Welk patroon is ontstaan, waar heeft het voor gediend? En…..   is het nu nog dienend? Of is het tijd om er aan voorbij te gaan groeien. Niet door het verleden uit te wissen, maar door het een plek te geven.

Dus als je nog eens ergens weerstand ervaart, kijk dan eens wat verder dan de persoon en het gedrag. Maar waar is dat gedrag misschien wel mee verbonden? Met welke gebeurtenis?

 

Tussen autonomie en verbinding

Samenwerken raakt aan iets wezenlijks in het onderwijs: de professionele autonomie van de leraar. De eigen klas is niet alleen een werkplek, maar ook een plek van veiligheid, deskundigheid en identiteit. De deur openzetten betekent dat een ander meekijkt. Dat vraagt ook iets van jezelf te openen. Misschien wel voorbij te gaan aan de overtuiging dat je niet alles zelf hoeft te weten. Dat je kunt leren van collega's en misschien ook niet alles perfect hoeft te doen. In een systeem waarin presteren, beoordelen en het juiste antwoord geven zo vanzelfsprekend zijn, kan dat kwetsbaar voelen.

We zien dan herkenbare patronen ontstaan. Mensen trekken zich terug, willen hun autonomie behouden. Of, de andere kant op, maken zich juist heel erg afhankelijk van anderen en geven al hun autonomie op.   

Een systemische blik nodigt uit om niet meteen te oordelen, maar te onderzoeken wat er onder deze patronen ligt. Is er voldoende veiligheid, mag je ook loskomen van ‘hoe we het altijd deden’? Wat daarin echt helpend is, om helderheid te hebben op waar je samen voor aan de lat staat. Concreet. En daarbij ook wat ieder van elkaar mag verwachten. Concreet. Weten we ook hoe we daar mee omgaan als het anders loopt dan we hebben afgesproken? Wat dragen we echt samen en hoe ziet dat er dan uit. En waar ben je ook echt individueel verantwoordelijk voor.

 

Van patronen herkennen naar beweging mogelijk maken

Systemisch kijken betekent niet dat we alles moeten begrijpen voordat we iets kunnen doen. Het betekent wel dat we preciezer onderzoeken welke beweging mogelijk en voor nu passend is. Als de patronen en de achterliggende logica in beeld is gebracht, kun je met elkaar onderzoeken wat nu de kloppende interventies doen. Aan welke knoppen kunnen we nu draaien, die eerst nog zo vastgeroest waren. Waar hebben we de kaders wat op te rekken om ruimte te maken voor iets nieuws. Of hebben we de kaders wat strakker te trekken zodat mensen ook weten waartoe ze zich kunnen verhouden? Welke kleine bewegingen kunnen we al maken in ander gedrag? Wat spreken we daar ook over af en hoe houden we met elkaar ook de vinger aan de pols.

De interventie begint dus niet bij de vraag hoe je mensen weer meekrijgt, maar vooral de vraag wat ons nu vasthoudt in hoe we het doen. 

“Wat vraagt onze gezamenlijke opdracht van ons, wat houdt ons nog in het oude vast en wat hebben we te organiseren om daar werkelijk samen verantwoordelijkheid voor te kunnen nemen?”

 

Onderwijs dat zelf ook mag leren

Een systemische blik vraagt om de moed om te vertragen. Om niet meteen een oplossing te bedenken, maar nieuwsgierig te zijn naar wat zich in het hier en nu laat zien. Het vraagt ons om af te leren alles persoonlijk te maken. Om te zien dat patronen krachtig zijn en dat we er zelf ook onderdeel van kunnen worden. En om onderscheid te maken tussen wat diep verankerd is in de oorsprong van het onderwijs en wat onderweg in een team is ontstaan en weer losser gemaakt kan worden.

Samenwerken begint niet bij het openen van de deur. Het begint bij begrijpen wat die deur ooit zo gesloten heeft gehouden. Daarna kun je samen ontdekken wat er nodig is om haar weer open te zetten.

 

De inspiratie voor deze blog kwam op basis van de uitnodiging van Hanneke de Graaf & Rianne Neering van De Nieuwe Onderwijsruimte voor een podcast over dit thema. En met grote dank aan de andere gesprekspartner aan tafel Rajae El Himer, lerarenopleider bij de Hogeschool Rotterdam, voor haar verhaal uit de praktijk.

Volgende
Volgende

Met de billen b(l)oot