In een spagaat
In een spagaat
Laatst gaf ik tijdens een opleiding voor systemisch leiderschap een voorbeeld dat eigenlijk heel simpel was. Ik ging gewoon staan. En ik zette één voet naar voren.
Dit is wat we in organisaties heel graag willen. Vooruit.
Systemen willen doorgaan
We willen ontwikkelen. Vernieuwen. Een nieuwe strategie. Een andere manier van werken. Een nieuwe cultuur. We willen dat mensen meegaan. En eerlijk gezegd: dat is ook logisch. Stilstand voelt al snel als achteruitgang. En toch staat die andere voet niet voor niets nog achter mij. De stap naar voren zorgde ervoor dat er ook nog een voet achter staat. En die achterste voet staat ook nog ergens voor. Die voet is verbonden met waar je vandaan komt. Met wat er geweest is. Met wat mensen hebben opgebouwd. Met wat ze hebben meegemaakt. Met waar ze misschien ongelooflijk hard voor hebben gewerkt. En toch noemen we dat in organisaties vaak weerstand. Dan komen de uitspraken over dat die mensen niet mee willen gaan, dat ze blijven hangen, in het verleden leven.
“Weerstand is niet een persoonlijke demotivatie,
maar vaak een teken dat er eerst nog iets nodig is”
Met de systemische bril op denk ik echter anders: Wat als die achterste voet niet het probleem is?
Wat als die voet ons juist iets probeert te vertellen? Want misschien zit daar informatie. Over datgene wat nog gezien moet worden omdat het lastig is om aan te kijken. Of wat nog om erkenning vraagt voordat een team naar de volgende fase kan gaan. En vooral om met elkaar stil te staan over waar nog afscheid van genomen moet worden. Ook als het pijnlijk is.
Wat er ondertussen gebeurt is dat de ontwikkeling nog een stap vooruit vraagt. Dus daar maakte ik weer met mijn voorste been een stap naar voren. Want dat is wat organisaties of teams doen. Misschien nog meer nieuwe plannen of programma’s die gevolgd moeten worden. En ondertussen staat die ene voet nog steeds achter.
En als ik dat letterlijk doe, voel ik meteen wat er gebeurt. De afstand tussen mijn voeten wordt groter en het wordt oncomfortabel. Als ik dat lang genoeg volhoud, gaat het zelfs pijn doen, in mijn liezen bijvoorbeeld. Dan neemt de spanning toe. En ik sta ook nog eens instabieler, ik wiebel.
Een prachtige metafoor voor organisaties. Want ook een systeem kan pijn krijgen als we de afstand tussen het oude en het nieuwe steeds groter maken. Terwijl we ondertussen maar blijven zeggen dat we vooruit moeten. Maar misschien moeten we eerst even kijken waarom die ene voet nog niet mee kan.
En misschien denk je wel waarom we dan niet gewoon springen. Alles in één keer anders, beide voeten vooruit. Maar ook na een grote sprong moet je weer landen en je balans vinden. Als je daarbij de verbinding met waar je vandaan komt helemaal loslaat, heb je misschien wel een nieuw verhaal, maar nog geen stevig fundament.
Beweging en verbinding
Vitale systemen hebben juist beweging én verbinding nodig. Het verleden meenemen betekent overigens niet dat alles moet blijven zoals het was. Soms moet iets echt stoppen of veranderen. Maar dat betekent niet dat we moeten doen alsof het er nooit is geweest. Soms hebben mensen daar jarenlang bloed, zweet en tranen in gestopt. En dan helpt het om eerst te erkennen in wat dit heeft gekost, wat dit heeft betekend en wat hier is opgebouwd.
Dus kijk ik als leider niet alleen naar de vraag waar gaat de voorste voet naartoe? Maar wat houdt die achterste voet nog daar? Welke loyaliteit, trots, pijn, rouw of belangrijke les zit daar nog? Misschien hoeft die voet helemaal niet overtuigd te worden, maar eerst gezien en erkend. Want juist als het oude een plek krijgt, ontstaat er ruimte om het werkelijk los te laten. Niet harder vooruit dus, maar eerst begrijpen wat ons nog verbindt met waar we vandaan komen. Misschien staat daar wel precies de informatie die nodig is om samen écht vooruit te kunnen.